Nieuwe regels voor werknemers raadplegen over arbobeleid sinds 1 juli 2026
- Circa 5 minuten leestijd
- [email protected]
Sinds 1 juli 2026 zijn de regels voor het raadplegen van werknemers over gezond en veilig werken aangescherpt. Werkgevers moeten de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) actief betrekken bij het arbobeleid en de uitvoering daarvan. Is er geen OR of PVT, dan worden de belanghebbende werknemers rechtstreeks geraadpleegd.
Het overleg gaat over maatregelen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de veiligheid en gezondheid. Daarbij gaat het onder meer om de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), de aanwijzing van bedrijfshulpverleners, deskundige ondersteuning, de arbodienst en voorlichting over werkzaamheden en de bijbehorende risico’s.
Alleen informeren over gemaakte keuzes is niet voldoende. Werknemers of hun vertegenwoordigers moeten tijdig informatie krijgen, hun mening kunnen geven en zelf voorstellen kunnen doen.
Wat is er precies veranderd en hoe organiseer je deze raadpleging binnen je organisatie?
Wat verandert er in de Arbowet?
Artikel 12 van de Arbeidsomstandighedenwet gaat over de betrokkenheid van werknemers bij gezond en veilig werken. Sinds 1 juli 2026 staat duidelijker in de wet dat werkgevers de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) moeten raadplegen over het arbobeleid en de uitvoering daarvan. Ontbreekt een OR of PVT, dan moeten de belanghebbende werknemers rechtstreeks worden geraadpleegd.
Raadplegen gaat verder dan het toesturen van een afgeronde RI&E of het bekendmaken van nieuwe veiligheidsregels. Er moet sprake zijn van een daadwerkelijke gedachtewisseling. Werknemers of hun vertegenwoordigers moeten op tijd relevante informatie ontvangen en de mogelijkheid krijgen om vragen te stellen, advies te geven en zelf voorstellen te doen.
De werkgever blijft verantwoordelijk voor het uiteindelijke arbobeleid, maar moet werknemers wel de gelegenheid geven om invloed uit te oefenen voordat relevante maatregelen definitief worden vastgesteld.
Wie moet je als werkgever raadplegen?
Wie je als werkgever moet raadplegen, hangt af van de manier waarop de medezeggenschap binnen je organisatie is geregeld.
- Heeft de organisatie een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT)? Dan raadpleegt de werkgever deze werknemersvertegenwoordiging.
- Is er geen OR of PVT? Dan raadpleegt de werkgever de werknemers die belang hebben bij het betreffende onderwerp.
Is er een OR of PVT aanwezig, dan loopt de formele raadpleging dus via deze vertegenwoordiging. De werkgever kan in dat geval niet in plaats daarvan alleen enkele individuele werknemers raadplegen.
Bij rechtstreekse raadpleging is het belangrijk om werknemers te betrekken die daadwerkelijk met het betreffende risico of onderwerp te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan verschillende functies, afdelingen, locaties of diensten.
De arbeidsrisico’s van een kantoormedewerker kunnen immers sterk verschillen van die van iemand in een magazijn, productieomgeving of buitendienst.
Over welke arbo-onderwerpen moet overleg plaatsvinden?
De aangepaste Arbowet bepaalt dat maatregelen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de veiligheid en gezondheid onderdeel zijn van de raadpleging. Een aantal onderwerpen wordt daarbij expliciet genoemd:
- de aanwijzing van bedrijfshulpverleners (BHV’ers);
- de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het bijbehorende Plan van Aanpak;
- de organisatie van deskundige bijstand;
- de aanvullende deskundige bijstand door arbodeskundigen;
- de arbodienst;
- de voorlichting aan werknemers over hun werkzaamheden en de risico’s die daarbij horen.
Ook de preventiemedewerker speelt hierbij een belangrijke rol. Deze ondersteunt de werkgever bij het dagelijkse arbobeleid en werkt onder meer mee aan het opstellen en uitvoeren van de RI&E. Medewerkers die deze taak gaan vervullen, kunnen hiervoor een praktijkgerichte preventiemedewerker cursus volgen.
Ook andere veranderingen kunnen aanleiding zijn om werknemers te raadplegen. Denk aan nieuwe machines, gevaarlijke stoffen, persoonlijke beschermingsmiddelen, werkmethoden of veiligheidsprocedures.
Arbeidsinspectie kan handhaven op de raadplegingsplicht
Sinds 1 juli 2026 kan de Nederlandse Arbeidsinspectie ook bestuursrechtelijk handhaven op de verplichtingen uit artikel 12 van de Arbowet. De naleving van de raadplegingsplicht kan daarbij worden meegenomen wanneer de Arbeidsinspectie de arbeidsomstandigheden binnen een organisatie beoordeelt.
Voor werkgevers is het daarom belangrijk om werknemers niet alleen daadwerkelijk te betrekken, maar ook duidelijk te organiseren hoe de raadpleging plaatsvindt. Zo kun je bij een RI&E, een wijziging binnen de BHV-organisatie of een andere belangrijke arbomaatregel laten zien dat werknemers of hun vertegenwoordigers tijdig de gelegenheid hebben gekregen om hun kennis, ervaringen en voorstellen in te brengen.
Werknemers betrekken bij de RI&E
De RI&E vormt de basis van het arbobeleid. Hierin brengt een organisatie de arbeidsrisico’s in kaart en legt zij vast welke maatregelen nodig zijn om deze risico’s te beheersen.
Werknemers beschikken daarbij over waardevolle praktijkkennis. Zij weten welke werkzaamheden dagelijks worden uitgevoerd, waar werkafspraken niet goed aansluiten en welke onveilige of belastende situaties regelmatig voorkomen. Ook kunnen zij risico’s en bijna-ongevallen signaleren die niet altijd formeel worden geregistreerd.
Betrek werknemers daarom niet pas wanneer de RI&E volledig is afgerond. Geef hen tijdens de inventarisatie de mogelijkheid om input te leveren en betrek hen ook bij relevante maatregelen uit het Plan van Aanpak.
Bespreek bijvoorbeeld de volgende vragen:
- Welke onveilige of belastende situaties komen werknemers tegen?
- Zijn de risico’s in de RI&E herkenbaar en volledig?
- Welke maatregelen werken in de praktijk wel of juist niet?
- Zijn instructies, opleidingen en veiligheidsmiddelen voldoende?
- Welke risico’s verdienen volgens werknemers de hoogste prioriteit?
- Zijn eerder afgesproken verbetermaatregelen daadwerkelijk uitgevoerd?
De verzamelde input kan vervolgens worden vertaald naar concrete acties, verantwoordelijken en deadlines in het Plan van Aanpak. Zo wordt de RI&E een praktisch instrument waarmee veiligheid en gezondheid op de werkvloer structureel kunnen worden verbeterd.
Is de huidige RI&E onvolledig of verouderd? ARBO centrum kan organisaties ondersteunen bij het opstellen, toetsen en actualiseren van de RI&E.
Bespreek ook de BHV-organisatie
De aanwijzing van bedrijfshulpverleners wordt in artikel 12 van de Arbowet expliciet genoemd als onderwerp voor raadpleging. In de praktijk is het daarbij belangrijk om ook te bespreken of de BHV-organisatie aansluit op de risico’s, bezetting en dagelijkse werkzaamheden binnen de organisatie.
Een organisatie kan op papier voldoende opgeleide BHV’ers hebben, terwijl er tijdens avonddiensten, vakanties, thuiswerkdagen of drukke productieperioden onvoldoende BHV’ers aanwezig zijn.
Bespreek daarom bijvoorbeeld:
- op welke werkdagen, diensten en locaties BHV’ers aanwezig zijn;
- of werknemers weten wie de aanwezige BHV’ers zijn;
- of de BHV-procedures aansluiten op de dagelijkse praktijk;
- of er voldoende dekking is bij ziekte, verlof en thuiswerken;
- of vluchtroutes, verzamelplaatsen en meldprocedures duidelijk zijn;
- hoe incidenten en ontruimingsoefeningen worden geëvalueerd.
De uitkomsten kunnen aanleiding zijn om het BHV-plan te laten opstellen of actualiseren. Hierin worden onder andere de BHV-organisatie, verantwoordelijkheden, alarmering, beschikbare middelen en procedures bij calamiteiten vastgelegd.
Blijkt uit het overleg dat de BHV-bezetting onvoldoende is? Dan kunnen extra medewerkers een BHV cursus volgen. Voor organisaties met meerdere deelnemers kan een groepstraining bovendien worden afgestemd op de eigen werkomgeving en risico’s.
Wanneer moet je werknemers raadplegen?
De wet schrijft geen vaste jaarlijkse frequentie voor. Werknemers of hun vertegenwoordigers moeten tijdig worden geraadpleegd en zo vaak als de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Het ligt daarbij voor de hand om werknemersraadpleging met een passende regelmaat onderdeel te maken van het arbobeleid.
Belangrijk is vooral dat werknemers hun inbreng kunnen geven op een moment waarop deze nog daadwerkelijk kan worden meegenomen in de besluitvorming.
Raadpleging kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij:
- het opstellen of actualiseren van de RI&E;
- wijzigingen in het Plan van Aanpak;
- veranderingen in de BHV-organisatie;
- de keuze voor of samenwerking met een arbodienst;
- nieuwe machines, stoffen of werkprocessen;
- een verhuizing, verbouwing of nieuwe vestiging;
- veranderingen in personeelsbezetting of werktijden;
- veranderingen in de manier waarop werkzaamheden worden uitgevoerd;
- een ernstig incident of terugkerende bijna-ongevallen;
- nieuwe veiligheidsinstructies of persoonlijke beschermingsmiddelen.
Wacht daarom niet tot alle beslissingen al definitief zijn. Werknemers moeten relevante informatie kunnen beoordelen, vragen kunnen stellen en voorstellen kunnen doen voordat belangrijke maatregelen worden vastgesteld.
Zo organiseer je de raadpleging praktisch
Het raadplegen van werknemers hoeft geen ingewikkeld proces te zijn. Met een vaste werkwijze voorkom je dat het overleg afhankelijk blijft van losse gesprekken of alleen plaatsvindt na een incident.
- Bepaal wie betrokken moet worden. Controleer eerst of de organisatie een OR of PVT heeft. Is die er niet, bepaal dan welke werknemers belang hebben bij het betreffende onderwerp.
- Deel relevante informatie vooraf. Deel bijvoorbeeld een concept-RI&E, Plan van Aanpak, incidentrapportage of voorstel voor nieuwe maatregelen. Zorg dat werknemers voldoende informatie hebben om inhoudelijk te kunnen reageren.
- Stel concrete vragen. Vraag niet alleen of werknemers akkoord zijn. Vraag welke risico’s zij herkennen, welke situaties ontbreken, of maatregelen uitvoerbaar zijn en welke alternatieven zij zien.
- Geef ruimte voor eigen voorstellen. Werknemers en werknemersvertegenwoordigers moeten ook zelf voorstellen kunnen doen over gezond en veilig werken.
- Leg het overleg vast. Noteer bijvoorbeeld wie is geraadpleegd, welke onderwerpen zijn besproken en welke aandachtspunten of voorstellen naar voren zijn gekomen.
- Koppel de uitkomsten terug. Laat werknemers weten wat er met de ontvangen input gebeurt en welke vervolgacties worden genomen.
Voor terugkerende veiligheidsrisico’s kan ook een praktische toolboxmeeting worden ingezet. Tijdens zo’n bijeenkomst staat een specifiek veiligheidsonderwerp centraal en kunnen ervaringen uit de praktijk direct worden besproken.
Zo kun je de raadpleging vastleggen
Een praktische vastlegging helpt om afspraken op te volgen en inzichtelijk te maken hoe werknemers bij het arbobeleid zijn betrokken. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Leg bijvoorbeeld vast:
- op welke datum de raadpleging heeft plaatsgevonden;
- welk onderwerp of welke voorgenomen maatregel is besproken;
- welke werknemers, OR of PVT zijn geraadpleegd;
- welke informatie vooraf beschikbaar is gesteld;
- welke aandachtspunten, adviezen en voorstellen zijn ingebracht;
- welke besluiten en vervolgacties daaruit voortkomen;
- wie verantwoordelijk is voor de opvolging en wanneer deze wordt geëvalueerd.
Koppel de resultaten vervolgens terug aan de betrokken werknemers. Zo wordt werknemersraadpleging geen los overlegmoment, maar onderdeel van een doorlopend proces van inventariseren, verbeteren en evalueren.
Van wettelijke verplichting naar vast verbeterproces
Werknemers zien vaak als eerste waar instructies onduidelijk zijn, maatregelen niet goed werken of onveilige situaties ontstaan. Door deze praktijkkennis te benutten, worden de RI&E, het Plan van Aanpak en de BHV-organisatie beter uitvoerbaar.
Maak werknemersraadpleging daarom onderdeel van een vast verbeterproces:
- Breng de risico’s in kaart.
- Raadpleeg werknemers.
- Bepaal passende maatregelen.
- Voer de maatregelen uit.
- Evalueer de resultaten.
- Actualiseer de RI&E en het Plan van Aanpak.
Â
Zo wordt werknemersraadpleging geen losse wettelijke verplichting, maar een praktisch onderdeel van het veiligheidsbeleid.
Veelgestelde vragen over werknemers raadplegen
Ja. Ook kleine werkgevers moeten werknemers betrekken bij onderwerpen rond gezond en veilig werken. Is er geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, dan worden de belanghebbende werknemers rechtstreeks geraadpleegd.
Nee. Raadplegen betekent dat werknemers of hun vertegenwoordigers informatie ontvangen, hun mening kunnen geven en zelf voorstellen kunnen doen. Dat betekent niet automatisch dat zij met iedere maatregel moeten instemmen. Eventuele afzonderlijke advies- en instemmingsrechten van een OR of PVT blijven daarnaast gelden.
Ja. Zowel de RI&E als de inrichting van de bedrijfshulpverlening behoren tot de onderwerpen waarover werknemers of hun vertegenwoordigers moeten worden geraadpleegd. Zij moeten de gelegenheid krijgen om hun kennis en ervaringen over risico’s en maatregelen in te brengen.
De overheid investeert in betere hulpmiddelen. Denk aan duidelijkere ondersteuning via de online route naar RI&E en het stimuleren van goede branche-RI&E’s. Dit helpt werkgevers om sectorspecifieke risico’s beter in kaart te brengen. Zo kun je eenvoudiger een RI&E opstellen die aansluit op de dagelijkse praktijk van je organisatie.
Het gaat op dit moment vooral om plannen, voorstellen en verdere uitwerking. De RI&E-verplichting verdwijnt niet. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor het inventariseren van arbeidsrisico’s, het opstellen van een Plan van Aanpak en het nemen van passende maatregelen om veilig en gezond werken te borgen.
Juist de opvolging maakt het verschil: welke risico’s spelen er, welke maatregelen zijn nodig en wie zorgt ervoor dat deze acties ook echt worden uitgevoerd
Een belangrijk aandachtspunt is de vraag hoeveel arbokerndeskundigen nodig zijn om een RI&E te toetsen. SZW werkt samen met de beroepsverenigingen van arbokerndeskundigen aan bredere basiseisen voor deze deskundigen.
Daardoor kan het in de toekomst mogelijk worden om bij werkomgevingen met minder complexe arbeidsrisico’s vaker te volstaan met toetsing door één arbokerndeskundige. Bij uiteenlopende of complexere risico’s kunnen meerdere arbokerndeskundigen nodig blijven.
Lees meer over de ontwikkelingen rond RI&E-toetsing bij de Rijksoverheid.
Daarnaast wordt gesproken over een mogelijke verruiming van de toetsingsvrijstelling. Nu hoeft een werkgever met 25 of minder medewerkers de RI&E onder voorwaarden niet afzonderlijk te laten toetsen wanneer gebruik wordt gemaakt van een erkend branche-RI&E-instrument. Werkgeversvertegenwoordigers hebben voorgesteld deze grens te verhogen naar 50 medewerkers. SZW onderzoekt de mogelijke gevolgen en binnen de Stichting van de Arbeid wordt verder gesproken over de wenselijkheid en haalbaarheid van dit voorstel.
Note: er is dus nog geen besluit genomen. Als de grens daadwerkelijk wordt verhoogd, zouden mogelijk meer kleinere werkgevers voor de toetsingsvrijstelling in aanmerking komen. Bekijk de toelichting van de Rijksoverheid op de mogelijke verruiming.
Â
Er geldt geen vaste jaarlijkse frequentie. Raadpleeg werknemers wanneer veranderingen in het arbobeleid of de arbeidsomstandigheden daar aanleiding toe geven en doe dit op een moment waarop hun inbreng nog kan worden meegenomen in de besluitvorming.
Leg vast wie is geraadpleegd, welke informatie vooraf is gedeeld, welke onderwerpen zijn besproken en welke opmerkingen, adviezen of voorstellen werknemers hebben ingebracht. Noteer ook welke vervolgacties zijn afgesproken en hoe de uitkomsten zijn teruggekoppeld.</p>
ARBO centrum helpt
Werknemers betrekken bij veilig en gezond werken begint met inzicht in de risico’s en een arbobeleid dat aansluit op de dagelijkse praktijk. Een actuele RI&E en een goed georganiseerde BHV vormen daarbij een belangrijke basis.
ARBO centrum ondersteunt organisaties onder andere bij het opstellen, toetsen en actualiseren van de RI&E, het organiseren van de BHV en het opleiden van preventiemedewerkers en BHV’ers.
Is je RI&E nog actueel? Bekijk onze ondersteuning bij de RI&E.
Meer blogs?

Nieuwe regels voor werknemers raadplegen over arbobeleid sinds 1 juli 2026
Sinds 1 juli 2026 zijn de regels voor het raadplegen van werknemers over gezond en veilig werken aangescherpt. Werkgevers moeten de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging

Hoogwerker controleren vóór gebruik
Een hoogwerkerbediener controleert de machine vóór gebruik op zichtbare schade, lekkages en een goede werking van de veiligheidsvoorzieningen.

RI&E-regels mogelijk eenvoudiger: wat betekent dit voor werkgevers?
De Risico-inventarisatie en -evaluatie, beter bekend als de RI&E, staat opnieuw volop in de belangstelling. De overheid onderzoekt mogelijkheden om de regels rondom de RI&E