Menu

RI&E-regels mogelijk eenvoudiger: wat betekent dit voor werkgevers?

De Risico-inventarisatie en -evaluatie, beter bekend als de RI&E, staat opnieuw volop in de belangstelling. De overheid onderzoekt mogelijkheden om de regels rondom de RI&E eenvoudiger en werkbaarder te maken voor werkgevers.

Toch blijft de kern hetzelfde: iedere organisatie moet arbeidsrisico’s in kaart brengen én zorgen dat deze risico’s in de praktijk worden aangepakt. In dit artikel lees je wat er mogelijk verandert, waarom arbodeskundigen kritisch zijn en waar je als werkgever op moet letten.

The image features the text RISICO INVENTARISATIE EN EVALUATIE (RI&E) in white and orange. A cartoon pencil character confidently holds a clipboard with a checklist, emphasizing the importance of accurate ARBO cijfers in assessing workplace safety.

Wat verandert er mogelijk rond de RI&E?

De overheid wil een betere uitvoerbaarheid van de RI&E voor werkgevers. Vooral kleinere en middelgrote organisaties ervaren de RI&E in de praktijk soms als ingewikkeld, tijdrovend of kostbaar.

Daarom onderzoekt men maatregelen die de administratieve lasten kunnen verminderen, zonder dat de aandacht voor veilig en gezond werken verdwijnt.

Mogelijke aanpassingen in de RI&E-toetsing

Een belangrijk aandachtspunt is de RI&E toetsing. De overheid onderzoekt of één arbokerndeskundige in eenvoudige werkomgevingen voldoende is om de RI&E te toetsen. Denk aan organisaties met overzichtelijke werkzaamheden en beperkte veiligheidsrisico’s. Met deze mogelijke aanpassing wil men de toetsing begrijpelijker en werkbaarder maken voor werkgevers.

Daarnaast kijkt men naar de grens voor toetsingsvrijstelling. Nu hoeven bedrijven met maximaal 25 medewerkers onder voorwaarden geen aparte RI&E-toetsing te laten uitvoeren, bijvoorbeeld wanneer zij een erkend branche-RI&E-instrument gebruiken.

Men onderzoekt of deze grens omhoog kan naar 50 medewerkers. Daardoor krijgen mogelijk meer kleinere werkgevers minder snel met externe toetsing te maken.

Betere hulpmiddelen, maar dezelfde verantwoordelijkheid


De overheid wil het voor werkgevers eenvoudiger maken om een goede RI&E op te stellen. Daarom wordt geĂŻnvesteerd in duidelijkere hulpmiddelen, betere ondersteuning via de online route naar RI&E en de verdere ontwikkeling van branche-RI&E-instrumenten.

Een branche-RI&E helpt werkgevers om veelvoorkomende arbeidsrisico’s binnen hun sector systematisch in kaart te brengen. Zo hoeven organisaties niet helemaal vanaf nul te beginnen. Het instrument moet wel aansluiten bij de eigen werkzaamheden en worden aangevuld met risico’s die specifiek binnen de organisatie spelen.


De verantwoordelijkheid blijft namelijk bij de werkgever liggen. Ook met een branche-instrument moet de RI&E volledig en actueel zijn, hoort er een concreet Plan van Aanpak bij en moeten afgesproken maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Naast de mogelijke vereenvoudigingen van de RI&E-regels is per 1 juni 2026 ook de erkenningsprocedure voor branche-RI&E-instrumenten veranderd. Vooral voor kleinere werkgevers is het belangrijk om te weten of hun branche-instrument officieel erkend is en welke gevolgen dit heeft voor de verplichte toetsing.

Nieuwe erkenningsprocedure voor branche-RI&E’s: wat betekent dit voor werkgevers?


Voor werkgevers is vooral van belang of het gebruikte branche-instrument officieel erkend is. Bedrijven met maximaal 25 medewerkers die een erkende branche-RI&E gebruiken, hoeven hun bedrijfsspecifieke RI&E onder voorwaarden niet apart te laten toetsen.

Per 1 juni 2026 geldt een vernieuwde erkenningsprocedure voor branche-RI&E-instrumenten. Deze procedure moet meer duidelijkheid geven over het aanvragen, verlengen en de geldigheidsduur van een erkenning.


Een belangrijke verandering is dat branches zonder betrokken cao-partijen geen nieuwe erkenning of hererkenning meer kunnen aanvragen. Bestaande erkenningen blijven geldig tot de afgesproken einddatum.


Dat betekent niet dat een bestaand branche-instrument direct ongeldig is. Het is voor werkgevers wel verstandig om te controleren of het instrument bij hun branche past en op het moment van afronden nog officieel erkend is. In het overzicht van branche-RI&E-instrumenten zie je welke instrumenten beschikbaar en erkend zijn.

De huidige grens voor de toetsingsvrijstelling blijft voorlopig 25 medewerkers. De overheid onderzoekt wel of deze grens in de toekomst kan worden verhoogd naar 50 medewerkers, maar dit is nog geen geldende regel.

Ook wanneer een RI&E niet apart hoeft te worden getoetst, blijft de werkgever verantwoordelijk voor een volledige en actuele inventarisatie van de arbeidsrisico’s. Een branche-instrument is een praktisch hulpmiddel, maar moet altijd worden aangevuld met risico’s die specifiek binnen de eigen organisatie spelen.

Twijfel je of jouw RI&E nog actueel is, bij je organisatie past of moet worden getoetst? Lees meer over het opstellen, actualiseren en toetsen van een RI&E.

Waarom is er kritiek vanuit arbodeskundigen?

Niet iedereen reageert positief op de mogelijke vereenvoudiging van de RI&E-regels. Diverse deskundigen waarschuwen dat de discussie te veel draait om het reduceren van administratieve lasten. Volgens hen ligt het echte probleem niet alleen bij de regels, maar vooral bij de kwaliteit van de RI&E en de opvolging in de praktijk.

De kwaliteit van RI&E’s verschilt sterk

In de praktijk stellen organisaties niet altijd een volledige, actuele of concrete RI&E op. Soms vullen bedrijven dit vooral in omdat de wet dit verplicht, terwijl zij de uitkomsten daarna onvoldoende vertalen naar duidelijke maatregelen op de werkvloer.

Daardoor ontstaat een risico: organisaties benoemen arbeidsrisico’s wel, maar pakken deze onvoldoende actief aan. De RI&E krijgt pas waarde als de uitkomsten leiden tot actie op de werkvloer. Denk aan het stellen van prioriteiten, het uitvoeren van verbetermaatregelen en het zorgen dat medewerkers veilig kunnen werken.

Minder toetsing kan gevolgen hebben voor de veiligheid

Arbodeskundigen maken zich zorgen dat versoepeling kan leiden tot minder kritische beoordeling. Als meer organisaties vrijstelling krijgen of als één deskundige vaker voldoende is voor de toetsing, kan de kwaliteit van de RI&E volgens hen onder druk komen te staan.

Een afgevinkte RI&E zegt nog niets over wat er daarna op de werkvloer verandert. Het document moet helpen om gevaarlijke situaties te herkennen, risico’s goed te beoordelen en passende maatregelen te nemen. Wanneer die controle minder scherp wordt, bestaat de kans dat belangrijke risico’s onopgemerkt blijven.

Niet elk risico vraagt om dezelfde expertise

Ook plaatsen deskundigen vraagtekens bij het idee dat één arbokerndeskundige in eenvoudige werkomgevingen altijd voldoende is. Arbeidsveiligheid, arbeidshygiëne, ergonomie en psychosociale arbeidsbelasting vragen soms om verschillende expertises.

Een organisatie kan op het eerste gezicht eenvoudig lijken, terwijl er toch specifieke risico’s spelen. Denk aan fysieke belasting, blootstelling aan stoffen, werkdruk, machineveiligheid of onduidelijke noodprocedures. Juist daarom vinden arbodeskundigen het belangrijk dat de RI&E breed genoeg wordt beoordeeld.

Vereenvoudigen mag niet ten koste gaan van opvolging

De kritiek richt zich niet tegen een begrijpelijke en werkbare RI&E. Integendeel: werkgevers moeten de RI&E goed kunnen gebruiken in de praktijk. De zorg zit vooral in de balans. Minder regels mogen niet leiden tot minder aandacht voor veiligheid.

De kern blijft hetzelfde: risico’s moeten worden aangepakt

Of de RI&E-regels in de toekomst eenvoudiger worden of niet: de verantwoordelijkheid van de werkgever blijft hetzelfde. Werkgevers moeten arbeidsrisico’s in beeld brengen en maatregelen nemen om deze risico’s te beperken.

De RI&E krijgt pas waarde wanneer de uitkomsten worden vertaald naar duidelijke keuzes, concrete maatregelen en opvolging in de praktijk.

Een RI&E moet leiden tot concrete maatregelen

Juist daar gaat het in de praktijk vaak mis. Organisaties benoemen risico’s wel, maar vertalen deze niet altijd naar duidelijke acties. Denk aan medewerkers die nog niet de juiste veiligheidsopleiding hebben gevolgd, arbeidsmiddelen die niet tijdig zijn gekeurd, onduidelijke werkafspraken of noodprocedures die onvoldoende bekend zijn op de werkvloer.

In dat geval heeft de organisatie de RI&E wel opgesteld, maar levert deze nog onvoldoende verbetering op. De waarde van de RI&E zit niet alleen in het vastleggen van risico’s, maar vooral in wat je daarna met die inzichten doet.

Het Plan van Aanpak maakt de opvolging concreet

Een goede RI&E maakt zichtbaar waar de belangrijkste aandachtspunten liggen. Het Plan van Aanpak bepaalt vervolgens welke maatregelen nodig zijn, wie verantwoordelijk is en wanneer acties worden uitgevoerd.

Dat kan gaan om het plannen van opleidingen of herhalingen, het actualiseren van veiligheidsinstructies, advies over veilig werken of het laten keuren van veiligheidsmiddelen. Door deze acties duidelijk vast te leggen, voorkom je dat verbeterpunten blijven liggen.

Kijk verder dan alleen de verplichting

Voor werkgevers is het daarom verstandig om verder te kijken dan alleen de vraag of de RI&E verplicht is of getoetst moet worden. De belangrijkste vraag draait niet om de verplichting zelf, maar om wat de RI&E laat zien en welke acties daaruit volgen.

Door risico’s actief op te volgen, voorkom je dat veiligheid op papier blijft staan in plaats van op de werkvloer. Zo wordt de RI&E een praktisch instrument dat helpt om incidenten te voorkomen, medewerkers beter voor te bereiden en afspraken op de werkvloer duidelijker te maken.

Van RI&E naar actieplan: waar moet je als werkgever op letten?

Een Risico-inventarisatie en -evaluatie geeft inzicht in de arbeidsrisico’s binnen je organisatie. Maar de echte waarde van de RI&E ontstaat pas wanneer je de uitkomsten vertaalt naar concrete acties. Het Plan van Aanpak speelt daarin een belangrijke rol: daarin leg je vast welke maatregelen nodig zijn, wie verantwoordelijk is en wanneer acties worden uitgevoerd.


Voor werkgevers is het daarom verstandig om niet alleen te kijken of de RI&E aanwezig is, maar vooral of deze ook praktisch wordt opgevolgd. De onderstaande checklist helpt om te beoordelen of jouw organisatie voldoende grip heeft op de belangrijkste aandachtspunten. Link: hulp en/of advies met de RI&E?

AandachtspuntWaar let je op?Mogelijke vervolgstap
Actualiteit van de RI&ESluit de RI&E nog aan op de huidige werkzaamheden, locaties, machines en processen?Werk de RI&E bij wanneer er veranderingen zijn in de organisatie of werkomgeving.
Plan van AanpakZijn risico’s vertaald naar duidelijke maatregelen met verantwoordelijken en deadlines?Maak acties concreet en bepaal wie de opvolging bewaakt.
Opleidingen en instructiesWeten medewerkers hoe zij veilig moeten werken en zijn verplichte of noodzakelijke opleidingen gevolgd?Plan opleidingen, herhalingen of toolboxen in voor medewerkers.
Arbeidsmiddelen en veiligheidsmiddelenZijn middelen zoals machines, ladders, blusmiddelen of andere veiligheidsvoorzieningen veilig en gekeurd?Laat arbeidsmiddelen en veiligheidsmiddelen tijdig controleren of keuren.
BHV en noodsituatiesPast de BHV-organisatie bij de risico’s, bezetting en inrichting van de werkplek?Controleer of er voldoende BHV’ers zijn en of procedures bekend zijn.
Werkafspraken op de vloerZijn veiligheidsafspraken duidelijk, zichtbaar en bekend bij medewerkers?Actualiseer instructies, procedures of werkinstructies waar nodig.
Opvolging en evaluatieWordt gecontroleerd of maatregelen echt zijn uitgevoerd en effect hebben?Plan periodieke evaluaties en leg voortgang vast.
Checklist samengesteld door Marco, auteur bij ARBO centrum.

Door deze punten regelmatig te controleren, blijft de RI&E een instrument dat je organisatie daadwerkelijk verder helpt. Juist de opvolging bepaalt of risico’s in de praktijk ook echt worden verminderd.

Zo wordt het Plan van Aanpak een bruikbaar hulpmiddel om veiliger en gezonder werken stap voor stap te verbeteren.

Veelgestelde vragen

Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft 68% van de bedrijven een RI&E, maar blijft de kwaliteit van RI&E’s en plannen van aanpak achter. Ook toont slechts een beperkt deel van de werkgevers aantoonbaar aan dat zij medewerkers voorlichten en toezicht houden op veilig en gezond werken. Juist daarom blijft de praktische opvolging van de RI&E belangrijk.

Een belangrijk aandachtspunt is de vraag wie de RI&E mag toetsen. De overheid onderzoekt of één arbokerndeskundige in eenvoudige werkomgevingen voldoende is om de RI&E te beoordelen. Denk aan organisaties met overzichtelijke werkzaamheden en beperkte veiligheidsrisico’s. Daarmee kan de toetsing mogelijk begrijpelijker en werkbaarder worden voor werkgevers.

Daarnaast kijkt de overheid naar de grens voor toetsingsvrijstelling. Nu hoeven bedrijven met maximaal 25 medewerkers onder voorwaarden geen aparte RI&E-toetsing te laten uitvoeren, bijvoorbeeld wanneer zij een erkend branche-RI&E-instrument gebruiken. De overheid onderzoekt of deze grens omhoog kan naar 50 medewerkers. Daardoor krijgen mogelijk meer kleinere werkgevers minder snel met externe toetsing te maken.

Arbocentrum ondersteunt bij het opstellen, toetsen en actualiseren van de RI&E, het Plan van Aanpak en praktisch arbobeleid.

De overheid investeert in betere hulpmiddelen. Denk aan duidelijkere ondersteuning via de online route naar RI&E en het stimuleren van goede branche-RI&E’s. Dit helpt werkgevers om sectorspecifieke risico’s beter in kaart te brengen. Zo kun je eenvoudiger een RI&E opstellen die aansluit op de dagelijkse praktijk van je organisatie.

Het gaat op dit moment vooral om plannen, voorstellen en verdere uitwerking. De RI&E-verplichting verdwijnt niet. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor het inventariseren van arbeidsrisico’s, het opstellen van een Plan van Aanpak en het nemen van passende maatregelen om veilig en gezond werken te borgen.

Juist de opvolging maakt het verschil: welke risico’s spelen er, welke maatregelen zijn nodig en wie zorgt ervoor dat deze acties ook echt worden uitgevoerd

Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft 68% van de bedrijven een RI&E, maar blijft de kwaliteit van RI&E’s en plannen van aanpak achter. Ook toont slechts een beperkt deel van de werkgevers aantoonbaar aan dat zij medewerkers voorlichten en toezicht houden op veilig en gezond werken. Juist daarom blijft de praktische opvolging van de RI&E belangrijk.

Een belangrijk aandachtspunt is de vraag wie de RI&E mag toetsen. De overheid onderzoekt of één arbokerndeskundige in eenvoudige werkomgevingen voldoende is om de RI&E te beoordelen. Denk aan organisaties met overzichtelijke werkzaamheden en beperkte veiligheidsrisico’s. Daarmee kan de toetsing mogelijk begrijpelijker en werkbaarder worden voor werkgevers.

Daarnaast kijkt de overheid naar de grens voor toetsingsvrijstelling. Nu hoeven bedrijven met maximaal 25 medewerkers onder voorwaarden geen aparte RI&E-toetsing te laten uitvoeren, bijvoorbeeld wanneer zij een erkend branche-RI&E-instrument gebruiken. De overheid onderzoekt of deze grens omhoog kan naar 50 medewerkers. Daardoor krijgen mogelijk meer kleinere werkgevers minder snel met externe toetsing te maken.

Arbocentrum ondersteunt bij het opstellen, toetsen en actualiseren van de RI&E, het Plan van Aanpak en praktisch arbobeleid.

De overheid investeert in betere hulpmiddelen. Denk aan duidelijkere ondersteuning via de online route naar RI&E en het stimuleren van goede branche-RI&E’s. Dit helpt werkgevers om sectorspecifieke risico’s beter in kaart te brengen. Zo kun je eenvoudiger een RI&E opstellen die aansluit op de dagelijkse praktijk van je organisatie.

Het gaat op dit moment vooral om plannen, voorstellen en verdere uitwerking. De RI&E-verplichting verdwijnt niet. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor het inventariseren van arbeidsrisico’s, het opstellen van een Plan van Aanpak en het nemen van passende maatregelen om veilig en gezond werken te borgen.

Juist de opvolging maakt het verschil: welke risico’s spelen er, welke maatregelen zijn nodig en wie zorgt ervoor dat deze acties ook echt worden uitgevoerd

ARBO centrum helpt bij de praktische opvolging

Een goede Risico-inventarisatie en -evaluatie laat zien waar de risico’s binnen je organisatie zitten. Daarna begint het belangrijkste werk: zorgen dat de juiste maatregelen ook echt worden uitgevoerd.

ARBO centrum helpt organisaties om de RI&E praktisch op te volgen. Bijvoorbeeld door te ondersteunen bij het opstellen of actualiseren van de RI&E, het maken van een duidelijk Plan van Aanpak en het vertalen van aandachtspunten naar concrete acties op de werkvloer. 


Denk aan advies over veilig werken, het plannen van opleidingen of herhalingen en het controleren of veiligheidsmiddelen en werkafspraken nog aansluiten op de praktijk.

Maak van de RI&E een instrument dat je organisatie daadwerkelijk verder helpt. Met de juiste opvolging ontstaat een praktisch hulpmiddel om risico’s te verminderen en veilig werken structureel te verbeteren.

RI&E geen eenmalige verplichting, maar een doorlopend proces

Een RI&E is geen eenmalige verplichting, maar een doorlopend proces. Werkzaamheden, werkplekken, machines en technieken veranderen. Daardoor kunnen ook nieuwe risico’s ontstaan of bestaande risico’s groter worden.

Door de Risico-inventarisatie en -evaluatie regelmatig te controleren en te actualiseren, blijft veilig en gezond werken goed geborgd binnen de organisatie.  Meer over wat er in een RI&E dient te staan lees je in dit artikel.

Ondersteuning nodig bij het opstellen, toetsen of actualiseren van je RI&E? Bekijk dan het RI&E advies van ARBO centrum. 

Meer blogs?

Wil je maandelijks een blog overzicht ontvangen?
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ben je met 5 personen of meer? Dan is een incompany opleiding misschien iets voor jou.

Dat kan dan bij jullie op locatie, de instructeur komt dan op locatie de cursus afnemen. Wil je meer informatie of een gepaste offerte opvragen? Vul de velden hieronder in en we nemen zo spoedig mogelijk contact met je op.

Een cirkelvormig logo met een blauw midden met een wit pijltje omhoog. Een oranje rand omringt de blauwe cirkel, met de Nederlandse tekst WIJ BIEDEN OOK INCOMPANY TRAININGEN AAN, wat betekent Wij bieden ook in-company trainingen aan.