Hoeveel BHV’ers zijn nodig per bedrijf?
Er geldt geen vast wettelijk aantal BHV’ers per bedrijf of per aantal medewerkers. Hoeveel BHV’ers je nodig hebt, bepaal je op basis van de risico’s uit de RI&E, de aanwezige personen, de gebouwindeling en de hulpverlening die bij een incident nodig is. Een werkgever met personeel moet bedrijfshulpverlening organiseren en één of meer BHV’ers aanwijzen.
Maak daarbij onderscheid tussen de BHV-capaciteit die op een locatie nodig is en het totale aantal medewerkers dat je daarvoor opleidt. Hieronder lees je hoe je die behoefte onderbouwt, welke omstandigheden extra capaciteit vragen en hoe je voorkomt dat een algemeen kengetal de plaats inneemt van een beoordeling van jullie eigen situatie.
Wat zegt de wet over het aantal BHV’ers?
Volgens artikel 15 van de Arbowet wijst de werkgever één of meer werknemers aan als bedrijfshulpverlener. Hun aantal, opleiding, uitrusting en organisatie moeten voldoende zijn om de BHV-taken naar behoren uit te voeren.
De wet schrijft geen algemene verhouding voor tussen het aantal medewerkers en het aantal BHV’ers. Het gaat om doeltreffende hulpverlening die past bij de organisatie. Alleen medewerkers aanwijzen of certificaten verzamelen is onvoldoende als de benodigde taken bij een noodsituatie niet kunnen worden uitgevoerd.
Wil je eerst weten wanneer de verplichting geldt? Lees dan wanneer BHV verplicht is. Deze pagina richt zich op de volgende vraag: hoe onderbouw je hoeveel BHV’ers jouw organisatie nodig heeft?
Welke factoren bepalen hoeveel BHV’ers nodig zijn?
Het benodigde aantal BHV’ers volgt uit de combinatie van risico’s, aanwezige personen en uitvoerbare hulpverlening. Beoordeel daarom niet alleen hoeveel mensen in dienst zijn, maar ook wat er tijdens een incident op de betreffende locatie moet gebeuren.
- Restrisico’s: welke noodsituaties blijven mogelijk nadat preventieve maatregelen zijn genomen?
- Aanwezige personen: hoeveel medewerkers, bezoekers, klanten en externe medewerkers kunnen tegelijk aanwezig zijn?
- Zelfredzaamheid: wie heeft extra hulp nodig om een melding te begrijpen, zich te verplaatsen of het gebouw veilig te verlaten?
- Gebouw en terrein: welke afstanden, verdiepingen, afzonderlijke zones en toegangsbeperkingen beïnvloeden de inzet?
- Gelijktijdige taken: welke handelingen kunnen niet door dezelfde persoon op hetzelfde moment worden uitgevoerd?
- Externe hulpverlening: welke hulp moet de eigen organisatie kunnen bieden totdat professionele hulpdiensten het overnemen?
- Werktijden en beschikbaarheid: welke capaciteit is nodig tijdens verschillende diensten en hoe vang je afwezigheid op?
Beoordeel ook de relevante arbocatalogus en eventuele gebouw- of sectorspecifieke voorschriften. Leg vast welke uitgangspunten voor jullie organisatie van toepassing zijn.
Hoe onderbouw je het gekozen aantal BHV’ers?
Onderbouw het aantal BHV’ers door per relevante noodsituatie vast te leggen welke hulp nodig is en welke inzet daarvoor beschikbaar moet zijn. Gebruik daarvoor deze vijf stappen:
- Beschrijf de uitgangssituatie. Noteer de restrisico’s, werkzaamheden, aanwezige personen, gebouwkenmerken en relevante werktijden.
- Werk passende incidentscenario’s uit. Denk aan ernstig letsel, een beginnende brand of een ontruiming waarbij aanwezigen begeleiding nodig hebben.
- Bepaal de taken en samenloop. Beschrijf wat achtereenvolgens moet gebeuren en welke taken gelijktijdig moeten worden uitgevoerd.
- Bepaal de benodigde inzet. Leg vast welke vaardigheden, mensen, middelen en spreiding nodig zijn om die taken veilig uit te voeren.
- Toets de uitvoerbaarheid. Gebruik een bespreking van het scenario en passende oefeningen om te beoordelen of de aannames in de praktijk werken.
Leg de uitkomst en de gemaakte keuzes vast, bijvoorbeeld in een BHV-plan. Noteer ook wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en bij welke veranderingen je de onderbouwing opnieuw beoordeelt.
Rekenvoorbeeld: van noodscenario naar benodigde inzet per dienst
Het benodigde aantal BHV’ers hangt mede af van taken die tijdens een incident tegelijk moeten worden uitgevoerd. Een hulpverlener die voortdurend bij een slachtoffer nodig is, kan niet tegelijkertijd elders een ontruiming begeleiden.
Fictief voorbeeld: een bedrijf heeft een werkplaats en een aangrenzend kantoor. Tijdens de dagdienst zijn beide in gebruik. Tijdens de avonddienst is alleen de werkplaats open. Uit de scenarioanalyse volgt voor een ernstig ongeval in de werkplaats de volgende aangenomen taakverdeling:
- Twee hulpverleners zijn nodig voor de directe hulp aan het slachtoffer.
- Eén afzonderlijke hulpverlener alarmeert, houdt de toegang vrij en vangt de hulpdiensten op. Deze taken kunnen in dit voorbeeld achtereenvolgens worden uitgevoerd.
Voor dit scenario is de benodigde gelijktijdige inzet daarmee drie personen. Als het ongeval tijdens beide diensten kan plaatsvinden en dezelfde hulp vraagt, geldt die behoefte voor zowel de dagdienst als de avonddienst.
Beoordeel vervolgens de andere relevante scenario’s, zoals brand en ontruiming. Die kunnen meer mensen, andere vaardigheden of een andere spreiding vragen. Onderzoek ook welke gebeurtenissen kunnen samenlopen.
De aantallen in dit voorbeeld zijn geen algemene norm voor werkplaatsen. Toets de eigen aannames met passende oefeningen en pas de benodigde inzet aan als de taakverdeling of uitvoering onvoldoende blijkt.
Wat is het verschil tussen benodigde BHV-capaciteit en beschikbare BHV-bezetting?
De benodigde BHV-capaciteit beschrijft welke inzet op een locatie beschikbaar moet zijn om de relevante noodsituaties aan te kunnen. De beschikbare BHV-bezetting laat zien welke opgeleide en geoefende mensen op een bepaald moment daadwerkelijk inzetbaar zijn.
Het totale aantal opgeleide BHV’ers kan groter moeten zijn dan de benodigde gelijktijdige inzet, bijvoorbeeld door parttime werk, diensten en afwezigheid. Hoe groot die groep moet zijn, beoordeel je aan de hand van de werkelijke beschikbaarheid.
Heb je de benodigde inzet bepaald? Lees dan hoe je de dagelijkse BHV-bezetting regelt bij ziekte, vakantie en thuiswerken. Daar vind je de praktische controle op het rooster en de vervanging bij uitval.
Kun je het aantal BHV’ers berekenen met alleen het personeelsaantal?
Nee. Alleen het personeelsaantal is onvoldoende om het benodigde aantal BHV’ers vast te stellen. De bekende verhouding van één BHV’er per vijftig medewerkers is geen algemene wettelijke norm en toont op zichzelf niet aan dat de hulpverlening voldoende is.
Een kantoor en een werkplaats met evenveel medewerkers kunnen een andere inzet nodig hebben. Ook twee kantoren kunnen verschillen door verdiepingen, bezoekers, bereikbaarheid en de aanwezigheid van mensen die hulp nodig hebben bij een ontruiming.
Een rekenhulpmiddel kan helpen om aannames inzichtelijk te maken. Controleer altijd of de uitkomst past bij de risico’s, incidentscenario’s en omstandigheden van de organisatie. Presenteer een indicatie niet als een gegarandeerd veilig minimum.
Hoe bepaal je de spreiding over locaties, verdiepingen en diensten?
Een totaalaantal voor de hele organisatie zegt nog niet of op iedere locatie voldoende hulp beschikbaar is. Bepaal daarom waar en wanneer de benodigde BHV-taken moeten kunnen worden uitgevoerd.
- Meerdere vestigingen: beoordeel iedere locatie afzonderlijk. Een BHV’er op een andere vestiging kan niet vanzelfsprekend de directe hulpverlening overnemen.
- Verdiepingen en zones: beoordeel loopafstanden, toegang en de mogelijkheid om verschillende delen van het pand te bereiken en te ontruimen.
- Ploegendiensten: onderbouw de benodigde inzet voor de omstandigheden van iedere dienst. Een nachtploeg kan andere werkzaamheden en ondersteuningsmogelijkheden hebben dan de dagploeg.
- Gedeelde gebouwen: maak concrete afspraken als je met andere werkgevers samenwerkt aan de BHV-organisatie. Controleer taken, beschikbaarheid, toegang en alarmering.
Er geldt geen algemene wettelijke regel van één BHV’er per verdieping. De spreiding moet ervoor zorgen dat de benodigde hulp op de relevante plaatsen daadwerkelijk uitvoerbaar is.
Wat veranderen bezoekers en beperkte zelfredzaamheid aan de BHV-behoefte?
Bezoekers en mensen die hulp nodig hebben bij een ontruiming kunnen aanvullende inzet vragen. Zij kennen het gebouw mogelijk niet of kunnen een vluchtroute niet zelfstandig gebruiken. Het aantal medewerkers alleen geeft daarom geen volledig beeld van de benodigde hulpverlening.
Beoordeel wie begeleiding nodig kan hebben, welke instructies begrijpelijk zijn en welke middelen en vaardigheden noodzakelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan een locatie met kinderen, bewoners, patiënten of bezoekers met een mobiliteitsbeperking.
Werk uit hoe de hulp binnen de beschikbare omstandigheden kan worden uitgevoerd. Alleen extra namen op de BHV-lijst zetten is onvoldoende als de taakverdeling, evacuatieaanpak of benodigde hulpmiddelen ontbreken.
Hoe beïnvloedt hybride werken het aantal op te leiden BHV’ers?
Hybride werken verandert vooral de verhouding tussen het aantal opgeleide BHV’ers en het aantal BHV’ers dat op kantoor beschikbaar is. Minder aanwezige medewerkers betekent niet automatisch dat de benodigde hulpverlening evenredig afneemt. Gebouwkenmerken, bezoekers en bepaalde taken blijven immers bestaan.
Bepaal eerst welke BHV-capaciteit bij de verschillende gebruikssituaties nodig is. Onderzoek daarna hoeveel medewerkers je moet opleiden en hoe je hen moet spreiden om die capaciteit te kunnen leveren. Daarvoor bestaat geen algemeen toepasbare vermenigvuldigingsfactor.
Een BHV’er die thuiswerkt, is niet beschikbaar voor directe fysieke hulpverlening op kantoor. Voor de bredere afspraken over wisselende werkplekken, meldprocedures en samenwerking lees je onze uitleg over de BHV-organisatie in een hybride werkomgeving.
Wat is het verschil tussen opgeleide BHV’ers en beschikbare BHV-bezetting?
Het aantal opgeleide BHV’ers laat zien hoeveel medewerkers een opleiding hebben gevolgd. De beschikbare BHV-bezetting laat zien welke mensen op een bepaalde plaats en tijd daadwerkelijk inzetbaar zijn.
Na het bepalen van de benodigde inzet volgt daarom een afzonderlijke controle op de dagelijkse beschikbaarheid. Denk aan afwezigheid, verschillende locaties en wisselende werktijden.
Wat leg je vast om het aantal BHV ’ers te onderbouwen?
Een bruikbare onderbouwing maakt zichtbaar waarom de gekozen BHV-inzet past bij de organisatie. Leg daarom niet alleen een eindgetal vast, maar ook de aannames en afspraken waarop dat getal berust.
- De beoordeelde locatie, werkzaamheden en gebruiksmomenten.
- De relevante restrisico’s en incidentscenario’s.
- Het aantal en de kenmerken van de aanwezige personen.
- De benodigde taken, vaardigheden, middelen en spreiding.
- De taken die gelijktijdig moeten kunnen worden uitgevoerd.
- De manier waarop je voldoende beschikbaarheid organiseert.
- De uitkomsten van oefeningen en de verwerking van verbeterpunten.
- De verantwoordelijke voor het beheer en de momenten waarop herbeoordeling nodig is.
Beoordeel de uitgangspunten opnieuw bij bijvoorbeeld een verbouwing, gewijzigde werkzaamheden, andere openingstijden, een nieuwe doelgroep of structureel andere aanwezigheid. Gebruik ook incidenten en oefeningen om te controleren of de onderbouwing nog klopt.
Wanneer zijn een ploegleider BHV en een hoofd BHV nodig?
Bij een grotere of complexere BHV-organisatie moet duidelijk zijn wie de inzet coördineert en wie de voorbereiding en het beheer organiseert. Beoordeel dit op basis van de gelijktijdige taken, de spreiding van hulpverleners en de benodigde communicatie.
Een ploegleider BHV kan tijdens een incident taken verdelen en het overzicht bewaren. Een hoofd BHV heeft doorgaans een organiserende rol bij onder andere opleiding, middelen, procedures en evaluatie. Leg de precieze verantwoordelijkheden binnen de eigen organisatie vast.
Er geldt geen algemene wettelijke getalsgrens waarbij automatisch een ploegleider of hoofd BHV verplicht is.
Controleer eventuele aanvullende voorschriften voor jullie situatie. Neem coördinatie wel mee in de capaciteitsbeoordeling: iemand die voortdurend overzicht moet houden, kun je niet zonder beoordeling ook volledig voor andere gelijktijdige taken meetellen.
Medewerkers opleiden voor de benodigde BHV-inzet
Heb je vastgesteld welke medewerkers een BHV-opleiding nodig hebben? Bekijk de BHV cursussen van ARBO centrum. Voor meerdere deelnemers kun je de mogelijkheden voor een BHV cursus op locatie bespreken.
Een opleiding ondersteunt de kennis en vaardigheden van medewerkers. Het bepalen en organiseren van voldoende BHV-inzet blijft een verantwoordelijkheid van de werkgever.
Voor de wettelijke uitgangspunten en de onderbouwing van de BHV-organisatie kun je de volgende bronnen raadplegen:
- Arboportaal: wettelijke uitgangspunten voor bedrijfshulpverlening.
- Nederlandse Arbeidsinspectie: werkinstructie bedrijfshulpverlening van 3 juli 2025.
- SER: handreiking arbomaatregelen bedrijfshulpverlening.
Wil je weten hoe het bepalen van de capaciteit samenhangt met procedures, materialen en oefeningen? Bekijk dan de complete leidraad voor BHV in de praktijk.
Direct een BHV cursus inplannen?
Relevante artikelen voor jou
BHV in de praktijk: van RI&E tot oefenen en noodplan
BHV in de praktijk: van RI&E tot oefenen en noodplan Een goede BHV-organisatie begint niet bij een standaardlijstje, maar bij de praktijk op de werkvloer.
BHV-organisatie in een hybride werkomgeving
De BHV-organisatie in een hybride werkomgeving Waarom je BHV-afspraken moeten aansluiten op hybride werken Bij hybride werken wisselen medewerkers tussen kantoor, thuis en andere werklocaties.
Welk verband doe je op een brandwond?
Welk verband doe je op een brandwond? Brandwonden zijn in ernstigere gevallen verwondingen die onmiddellijke aandacht en zorgvuldige behandeling vereisen. Eén van de belangrijkste aspecten