Veiligheid op de werkvloer: Kleding

5 januari 2018

In deze blogs is al vaker geschreven over veiligheid op de werkvloer en factoren die van invloed zijn op veiligheid op de werkvloer. Er is echter nog nooit gesproken over veiligheidskleding, terwijl ook dit een belangrijke factor is. Welke wetten en regels zijn er rondom veiligheidskleding en wat maakt het dragen van veiligheidskleding nou zo belangrijk?

Voor veel beroepsgroepen is veiligheidskleding verplicht. Door het verschil in aard van de werkzaamheden kan deze werkkleding per beroepsgroep erg verschillen. Voor al deze beroepsgroepen geldt dat de werkgever volgens de Arbowet verplicht is de risico’s voor werknemers te verkleinen door het nemen van passende maatregelen. Wanneer een werkgever deze maatregelen niet neemt riskeert de werkgever hoge boetes.

Voor een aantal werkzaamheden wordt hieronder uiteengezet wat de belangrijkste beschermingsmiddelen zijn.

Lassen en slijpen zijn relatief gevaarlijke werkzaamheden. Er is een risico op brandwonden en straling en hitte kunnen de huid beschadigen. Het dragen van geschikte veiligheidskleding zorgt voor een veiligere werkomgeving tijdens het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden. Voor laskleding geldt de Europese normering EN-ISO 11611. In deze normering zijn twee klassen veiligheidskleding opgenomen:

Klasse 1

Klasse 1 laskleding is geschikt voor werkzaamheden waarbij relatief weinig metaalspatten en -druppels vrijkomen.

Klasse 2

Klasse 2 laskleding is verplicht bij zware en gevaarlijke lastechnieken. Hierbij komen vaak veel metaalspatten en -druppels vrij.

Wanneer het zicht slecht is, bijvoorbeeld bij slechte weersomstandigheden of ’s nachts, is het risico op een ernstig ongeval vele mate groter. Vooral in de nabijheid van treinen, auto’s, hijskranen en heftrucks is het risico erg groot, zelfs bij goed zicht overdag. Het dragen van goed zichtbare veiligheidskleding verkleint deze risico’s aanzienlijk. Volgens EN-ISO20471 zijn er drie klassen zichtbaarheidskleding:

Klasse 1

Klasse 2

Klasse 3

Daarnaast gelden er in Nederland aparte richtlijnen voor bepaalde werkgebieden. Rijkswaterstaat, ProRail en verkeersregelaars hebben allen eigen richtlijnen voor de gedragen zichtbaarheidskleding.

Bij sommige werkzaamheden kunnen medewerkers in aanraking komen met hitte of vlammen. Hierbij is een groot risico op verbranding, brandwonden en hittestuwing. De EN-ISO11612 normering beschrijft de volgende categorieën voor vlamvertragende kleding:

A

De letter A geeft enkel aan of het materiaal van de kleding brandt. Deze letter zegt dus in de praktijk niks over de veiligheid van de kleding, omdat er door de hitte alsnog brandwonden kunnen ontstaan.

B

Categorie B heeft betrekking op convectiehitte. In tegenstelling tot A wordt er ook gekeken naar de bescherming tegen tweedegraads brandwonden.

C

Categorie C (C1 t/m C4) heeft betrekking op stralingshitte. De verschillende niveaus geven aan hoe lang het duurt voordat er tweedegraads verbrandingen ontstaan. Niveau 4 is het hoogst haalbare niveau.

D en E

De categorieën D (aluminium) en E (gesmolten metalen in het algemeen) geven aan of de kleding bescherming biedt tegen gesmolten metalen.

F

Categorie F is de nieuwste categorie binnen de normering. Deze categorie geeft aan hoe lang het duurt voordat de temperatuur achter het materiaal van de kleding 10C is gestegen.

Omdat er veel verschillende soorten chemicaliën bestaan, zijn er ook verschillende normen voor beschermende kleding bij chemicaliën. Binnen deze normen zijn weer verschillende typen vastgesteld.

EN943 – type 1 en 2

Bij kleding gecertificeerd volgens EN943 type 1 biedt de kleding bescherming tegen chemische gassen, vloeistoffen, aerosollen en vaste deeltjes. Deze kleding wordt aangeraden in situaties waarbij men in contact kan komen met gassen of wanneer het onbekend is of er chemicaliën aanwezig zijn.

Type 2 biedt bescherming tegen dezelfde gevaren, maar de kleding is niet gasdicht. Er wordt een overdruk in het pak gecreëerd waardoor deze kleding toch dezelfde bescherming biedt. Het voordeel van deze overdruk is tevens dat de kleding comfortabeler is om te dragen.

EN14605 – type 3 en 4

Kleding gecertificeerd volgens deze normen biedt bescherming tegen gevaarlijke chemische vloeistoffen. Type 3 biedt bescherming tegen gerichte stralen, terwijl type 4 bescherming biedt tegen nevel en sproeien.

EN-ISO 139821-1  - type 5

Voor de bescherming tegen vaste chemische stoffen zoals stofdeeltjes en poeders kan het beste type 5 kleding worden gedragen. Toepassingen in de dagelijkse praktijk zijn bijvoorbeeld de verwijdering van asbest en poederspuiten.

EN 13034 – type 6

Wanneer medewerkers slechts incidenteel in aanraking komen met chemische stoffen kan wordt gekozen voor kleding gecertificeerd volgens type 6. Bij deze kleding wordt er vaak een afstotende coating aangebracht. Deze coating neemt af naarmate het gebruik van de kleding. Het goed onderhouden van deze kleding is daarom essentieel voor de veiligheid.

Voor alle kleding bestemd tegen chemische stoffen geldt dat vaak niet alle stoffen zijn getest. Het is daarom aan te raden altijd aan een leverancier te vragen welke stoffen wel en welke niet zijn getest op de desbetreffende kleding.

Wanneer er wordt gewerkt met elektriciteit of gewerkt aan elektrische installaties, bestaat het risico op een vlamboog. Vlambogen ontstaan door kortsluiting. Slachtoffers staan vaak dicht op de explosie. Dit maakt vlambogen extra gevaarlijk.

De EN-IEC 61482-1-2 norm heeft betrekking op passende werkkleding voor omgevingen waar vlambogen kunnen optreden. Deze kleding beschermt tegen de thermische gevaren, maar moet ook brandwerend zijn. Dit betekend dat de kleding daarmee ook gelijk voldoet aan de EN-ISO 11612 norm.

In de werkomgeving is sprake van een ATEX zone waar statische elektriciteit eventueel voor een explosie zou kunnen zorgen. Statische elektriciteit is op zichzelf niet gevaarlijk, maar wanneer er bijvoorbeeld explosieve stoffen in de buurt zijn, kan een klein vonkje al zorgen voor een grote explosie. DE EN 1149 norm is van toepassing op dit risico. Deel 1 en 3 van de norm beschrijven de mate waarin statische elektriciteit kan ontstaan en worden ontladen. Deel 5 van de norm beschrijft hoe snel dit moet gebeuren.

Bron:

Veilig Gedragen. (2018, januari). Wet- en regelgeving. Opgehaald van Veilig Gedragen: http://www.veiliggedragen.nl/wet-en-regelgeving/wet-en-regelgeving-per-risico/wetgeving-risico-atex-zone/

Terug naar overzicht